Bouwmensen: een driehoek die werkt

Bouwmensen Gelderland Oost bestaat volgend jaar 40 jaar. Het is ooit opgericht door alle bouwbedrijven uit de regio Achterhoek, om gezamenlijk leerlingen op te leiden voor een baan in de bouw. “Het belangrijkste daarbij is de continuïteit van opleiden, instroom van nieuw talent, bijbehorende werving en selectie en ontzorgen rondom ziekte, vorstverlet en subsidies,” legt directeur Eric Evers uit.

Bekijk als één van de eersten ons interactieve platform!

Unieke samenwerking tussen scholen en bedrijven

Bij Bouwmensen wordt gewerkt in een driehoek. “Het Graafschap College is eindverantwoordelijk voor het onderwijs, wij nemen de leerlingen samen in opleiding en plaatsen ze vervolgens bij een van de 120 bouwbedrijven in de regio,” gaat Evers zijn verhaal verder. “We werken heel nauw met elkaar samen om zo de vakman van de toekomst op te leiden. Dat proces begint overigens al op de basisschool. Daarvoor gaan we dan weer de samenwerking aan met regionale po scholen. We helpen bijvoorbeeld bij diverse technieklokalen.”

Ook op middelbare scholen speelt Bouwmensen al een rol. “We hebben een soort menukaart gemaakt, met alle manieren waarop we daar voorlichting kunnen geven,” vertelt Evers enthousiast. “Zo kan iedereen kiezen wat bij de school en haar leerlingen past. We verzorgen bijvoorbeeld gastlessen, excursies en bedrijfsbezoeken of stages. Bij praktijkvragen laten we de scholieren gebruik maken van onze werkplaats. Bij stages schakelen we het bedrijfsleven in.”

Studiekeuze blijkt vaak lastig

Dat het kiezen van een studierichting niet gemakkelijk is, is van alle tijden. “Jongeren weten vaak niet zo goed wat ze willen, maar weten steeds beter in wat ze niét willen,” grapt Evers. “Voorkeuren creëren ze heel snel. Iemand die een stoffige bouwplaats binnenkomt en dat niks vindt, gaat nooit de bouw in. Zij passen misschien beter in de metaalindustrie waar het naar olie en vet ruikt. Zo is dat ook binnen de bouw. Als je gek wordt binnen vier muren, ga je lekker naar buiten, de bouwplaats op. En weer een ander werkt juist fijner binnen.” 

Om die voorkeuren op tijd te ontdekken, werkt Bouwmensen nauw samen met Sterk Techniekonderwijs. Een van de mooiste projecten die Evers aanhaalt is het ontwerpen van een droomhuis. “Dat is een standaard lesbrief voor middelbare scholen. Er wordt dan in projectgroepen aan een Scape Town gebouwd. In de klas zit altijd wel iemand die super wilde ideeën heeft, iemand die handig is om het ontwerp in Sketchup te tekenen of iemand die meteen ziet hoe je moet gaan bouwen. Als team werk je dan samen aan het succes. Iedereen doet wat anders, maar je werkt samen aan het eindresultaat.”

Metselaars en timmermannen bestaan niet meer

Die samenwerking gaat op een bouwplaats net zo. Er lopen allerlei verschillende vaklui, met ieder hun eigen specialisme. “De metselaar en timmerman van vroeger bestaan niet meer,” stelt Evers. “Het is namelijk een enorm verschil of je werkt op nieuwbouw, in renovatie of restauratie. Ook nieuwe vormen van bouwen zijn in opkomst, zoals prefab. Er zijn gewoon zoveel mogelijkheden!”

Die mogelijkheden kun je bij Bouwmensen allemaal benutten. “Je start in de niveau 2 opleiding en rondt die in twee jaar af. Daarna kun je door naar een niveau 3 opleiding. Die duurt ook twee jaar. Om een goede allround vakman te worden, moet je namelijk vlieguren maken. En daarvoor zijn die vier opleidingsjaren heel belangrijk. Het is super divers en zo kun je van alles wat proeven.”

Opleiding tot vakman 

Iedereen die binnenkomt bij Bouwmensen start in een BOL-opleiding. Dat wil zeggen dat er twee dagen theorie wordt gegeven en 3 dagen praktijk in de werkplaats. “Het Graafschap College is verantwoordelijk voor de theorielessen. De docenten komen bij ons op locatie en verzorgen de lessen. In de introductie van zes weken tijd komt er van alles voorbij, waarin kort maar breed wordt uitgelegd,” verklaart Evers. “Daarna volgt er een stageperiode op de bouw en in het voorjaar gaan ze over naar een BBL-opleidingsvorm, waarbij wij de leerlingen bij de aangesloten bouwbedrijven plaatsen. Ze werken dan vier dagen op de werkplaats en komen een dag terug voor theorie. Dat is niet altijd vanuit de boeken, maar kan ook een praktijkinstructie zijn bijvoorbeeld.”

De leerling is mede verantwoordelijk voor zijn eigen programma. Er zijn vaste toetsmomenten, maar er wordt wel gekeken naar de individu. Evers: “Wanneer een leerling iets nog niet helemaal onder de knie heeft, kunnen ze dat aangeven bij hun leermeester. Vervolgens komen ze dan wat extra dagen hierheen, zodat wij gerichte praktijkinstructies kunnen geven. Zo is de kans van slagen bij toetsen groter.”

De toekomst van bouwen

De instroom van nieuwe leerlingen wordt alsmaar groter. En de erkenning van gouden handen alleen maar meer. Tel daar het tekort aan vaklui bij op en je hebt een gouden formule. “De ene instromer komt uit de zorg, bij de ander heeft de vader een bouwbedrijf. De verschillen zijn dus groot. We kijken naar wat de leerling kan en wil: wat heb je nodig om een goed vakman te worden?” rondt Evers zijn verhaal langzaam af. “Onze droom is een flexibel onderwijssysteem, waarbij de leerling centraal staat en we hier nog beter op in kunnen spelen.”

Pas dan kan de vakman van de toekomst ook worden opgeleid in het onderwijs van de toekomst. “En dat wil ook zeggen dat ieder zijn eigen weg kan bewandelen ná de opleiding. Iedereen die hier komt wil een vakman worden, maar er zijn andere ambities. De een wordt zzp-er, de ander wil een eigen bouwbedrijf. Weer een ander weet nu al dat ze willen doorleren op niveau 4 of zelfs het hbo.”